In Frankrijk verboden, bij ons de gewoonste zaak: waarom Nederland op vakantie gewoon blijft mailen

Stel je voor: je ligt op een strandbedje, de zon staat hoog, de kinderen bouwen een zandkasteel. En dan trilt je telefoon. Een mailtje van kantoor. Je weet dat je het kunt laten liggen. En toch pak je 'm op. Even kijken. Heel even maar.
Herkenbaar? Dan ben je in goed gezelschap — en dat is precies het probleem. Want terwijl een groeiend aantal landen het bij wet regelt dat je op je vrije dagen met rust gelaten moet worden, is Nederland een land waar we massaal, en vooral vrijwillig, gewoon blijven doorwerken op het strand. Tijd om daar eens goed naar te kijken: hoeveel doen we het, waarom doen we het, wat kost het ons, en hoe kan het dat andere landen er een wet voor nodig hadden en wij niet?
Hoeveel Nederlanders checken écht hun werkmail op vakantie?
Kort antwoord: veel. Iets langer antwoord: het hangt af van welk onderzoek je pakt, maar geen enkel onderzoek komt laag uit.
Uit onderzoek van workforce-aanbieder Protime onder ruim duizend Nederlandse werknemers bleek dat 55% bereikbaar blijft voor collega's of de baas tijdens de vakantie. Ruim een op de vijf (21%) checkt regelmatig de zakelijke mail, en 14% beantwoordt die ook. Vakbond CNV kwam in een onderzoek onder tweeduizend leden tot een vergelijkbaar beeld: meer dan de helft checkt de werkmail op vakantie, en 16% doet dat zelfs dagelijks.
Onderzoeksbureau Multiscope becijferde dat 40% van de Nederlanders élke dag met kantoor mailt of appt, en dat een derde op vakantie gewoon doorwerkt. HR-onderzoek liet zien dat rond de 64% wel eens de zakelijke mail bekijkt tijdens de vakantie — waar bijvoorbeeld Duitsers en Zwitsers dat alleen doen als het echt nodig is.
De cijfers lopen uiteen van ongeveer een kwart tot twee derde, afhankelijk van hoe de vraag wordt gesteld. Maar de rode draad is glashelder: voor een groot deel van werkend Nederland stopt het werk niet zodra de vakantie begint. De laptop blijft thuis, maar de telefoon — en daarmee de inbox — gaat gewoon mee.
Waarom doen we het eigenlijk?
Hier wordt het interessant, want de voor de hand liggende verklaring blijkt níét te kloppen. Je zou denken: mensen checken hun mail omdat hun baas dat van ze verwacht. Maar dat is nauwelijks het geval.
Uit het CNV-onderzoek bleek dat vrijwel iedereen die op vakantie de mail checkt, dat uit eigen wil doet. De drijfveren zijn betrokkenheid bij het werk, nieuwsgierigheid, en het onaangename gevoel dat je anders met een overvolle inbox terugkomt. Slechts 2% zei dat de werkgever erom vroeg. Ook bij ander onderzoek kwam dit terug: ongeveer 38% van de bereikbare werknemers koos daar zelf voor.
Er zit zelfs een kern van waarheid in het idee dat mailen rust kan geven. Sommige mensen krijgen juist de zenuwen van een onaangeroerde inbox, en voelen zich rustiger als ze af en toe even bijhouden wat er speelt. Onderzoekers zagen dat een deel van de mensen die op vakantie werkt — meestal een half uur tot een uur per dag — daar geen slechter welbevinden van had. De verklaring: ze moéten niet, ze doen het vrijwillig, en ze bepalen zelf wanneer en hoeveel. Die vrijheid maakt het verschil.
Kortom: de Nederlandse "always-on"-cultuur is grotendeels zelfopgelegd. En dat maakt het zowel sympathiek als lastig aan te pakken — want je kunt moeilijk iemand tegen zichzelf beschermen.
Wat het ons kost
Toch is er een keerzijde, en die is minder onschuldig dan een mailtje op een strandbedje doet vermoeden.
Datzelfde CNV-onderzoek schetste een zorgwekkend beeld van hoe Nederlanders hun vakantie ingaan: 37% ging vermoeider op vakantie dan voorgaande jaren, 27% ervoer meer stress dan voorheen, en 36% was de eerste vakantiedagen moe of zelfs ziek door de werkstress van daarvoor. Eén op de vijf hield ook tijdens de vakantie last van werkstress.
De experts zijn het er breed over eens: doorwerken op vakantie ondermijnt precies datgene waar vakantie voor bedoeld is. Afstand nemen vermindert stress, herstelt de balans en zorgt dat je weer oplaadt. Blijf je met een half oog bij het werk, dan gebeurt dat herstel maar half. En op de lange termijn is die permanente bereikbaarheid een van de aanjagers van burn-out.
De cijfers eromheen zijn niet mals. Volgens het CBS lag het ziekteverzuim in het eerste kwartaal van 2025 op 5,8% — en werkdruk werd door ruim 27% van de werknemers genoemd als belangrijkste oorzaak. Vakbonden waarschuwen dat een cultuur waarin mensen nooit echt afschakelen, op termijn een katalysator is voor burn-outs. Wat begint als een onschuldig mailtje op het strand, telt op.
En dan de tegenstelling: elders is het bij wet geregeld
Hier komt het contrast dat dit verhaal zo opvallend maakt. Want terwijl Nederland vertrouwt op de eigen verantwoordelijkheid van werknemers, hebben andere landen ingegrepen met wetgeving.
Frankrijk liep voorop. Al in 2017 legde het land het "droit à la déconnexion" — het recht op onbereikbaarheid — vast in de wet. Bedrijven met meer dan vijftig werknemers zijn sindsdien verplicht afspraken te maken over wanneer medewerkers niet bereikbaar hoeven te zijn. Franse werknemers mogen werkgerelateerde berichten buiten werktijd gewoon negeren, zonder gevolgen.
België volgde in april 2023: daar staat het recht op deconnectie inmiddels officieel in de arbeidswet, en organisaties met minstens twintig werknemers moeten er afspraken over vastleggen.
En het bleef niet bij die twee. Sinds 2020 namen ook Griekenland, Ierland, Kroatië, Portugal, Slowakije en Spanje wetten aan rond onbereikbaarheid — grotendeels als reactie op de doorgeslagen bereikbaarheid tijdens de pandemie. Zelfs Australië voerde onlangs een vergelijkbare wet in.
Op Europees niveau speelt het ook. In januari 2021 riep het Europees Parlement met een overweldigende meerderheid (472 van de 681 stemmen) op tot een EU-richtlijn die het recht om offline te zijn als grondrecht zou verankeren. De Europese Commissie heeft er inmiddels meerdere consultaties over gehouden.
En Nederland?
Nederland staat op dat lijstje opvallend afwezig. Hier bestaat geen wettelijk recht op onbereikbaarheid.
Niet dat het nooit is geprobeerd. Al in 2017 opperde toenmalig minister Asscher het idee, met de gevleugelde woorden dat je van hard werken niet ziek wordt, maar van té hard werken wel. In juli 2020 diende de PvdA een wetsvoorstel in — de "Wet op het recht op onbereikbaarheid" — maar dat bleef vervolgens jaren liggen. De FNV bracht het onderwerp later opnieuw onder de aandacht, met het argument dat mensen niet 24 uur per dag "aan" hoeven te staan.
Wat Nederland wél heeft, is een indirecte bescherming. De Arbeidstijdenwet schrijft minimale rusttijden voor, en de Arbowet verplicht werkgevers om beleid te voeren tegen psychosociale arbeidsbelasting — de factoren op het werk die stress veroorzaken. Juristen wijzen erop dat het recht om offline te zijn daarmee al impliciet in de wet zit: een werkgever die verwacht dat je 's avonds en op vakantie bereikbaar bent, kan daarmee in strijd handelen met goed werkgeverschap.
Daarnaast lopen sommige sectoren voorop via de cao. In de zorg — bijvoorbeeld de cao-VVT en die voor de gehandicaptenzorg — is een expliciet recht op onbereikbaarheid op vrije dagen vastgelegd. Ben je niet ingeroosterd, dan mag je ook niet gestoord worden. Maar een algemene wet, zoals in Frankrijk of België? Die is er in Nederland dus (nog) niet.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Juist omdat de wet in Nederland weinig dwingt, ligt de bal grotendeels bij werkgevers zelf. En daar valt wat te winnen — voor beide kanten.
De crux is dat het merendeel van de frustratie rond de vakantieperiode niet voortkomt uit onwil, maar uit slechte voorbereiding. Onderzoek liet zien dat ruim vier op de tien werknemers frustratie ervaren rond de vakantie, vaak doordat de overdracht niet goed geregeld is of doordat niemand weet wanneer collega's precies vrij zijn. Dat is nu net het soort probleem dat mensen ertoe aanzet om "toch maar even" de mail te checken: de angst dat er anders iets misgaat.
De oplossing is minder ingewikkeld dan een nieuwe wet. Een heldere vakantieplanning die voor iedereen inzichtelijk is, een goede overdracht vóór vertrek, een duidelijke contactpersoon voor echt urgente zaken, en — misschien wel het belangrijkst — een cultuur waarin niet-bereikbaar zijn de norm is en geen zwaktebod. Bedrijven als Volkswagen in Duitsland gingen zelfs zover dat interne servers buiten werktijd geen mail meer doorsturen.
Het rendement is dubbel. Uitgeruste werknemers zijn aantoonbaar productiever, creatiever en minder vaak ziek. En met het ziekteverzuim op recordhoogte is dat niet alleen een kwestie van welzijn, maar ook van gezond bedrijfsbeleid.
Tot slot
Het beeld van de Nederlander die op het strand toch even de mail opent, is uiteindelijk verrassend veelzeggend. Het laat zien dat onze werkcultuur draait op betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid in plaats van op regels van bovenaf — iets om trots op te zijn. Maar het laat ook zien dat vrijheid een schaduwkant heeft: als niemand je verplicht om te stoppen, moet je het zelf doen, en dat blijkt verrassend moeilijk.
Misschien is de mooiste samenvatting deze: in Frankrijk heb je een wet nodig om mensen op vakantie met rust te laten. In Nederland heb je vooral de discipline nodig om jezelf met rust te laten. En dat laatste is soms nog een stuk lastiger.

