Trends24 juni 20268 min leestijd

De kortste werkweek van de EU — en toch 50% meer waarde per uur

De kortste werkweek van de EU — en toch 50% meer waarde per uur

Nederland staat bekend om de deeltijdcultuur, de vierdaagse werkweek en een sterke focus op werk-privébalans. Maar hoe groot is dat verschil met de rest van Europa eigenlijk?

Groter dan veel mensen denken.

In 2025 had Nederland de kortste gemiddelde werkweek van alle landen in de Europese Unie. Werkenden tussen 20 en 64 jaar werkten gemiddeld 31,9 uur per week in hun hoofdberoep. Het gemiddelde in de EU lag op 35,9 uur. Alleen al op weekbasis is dat een verschil van vier uur.

Tegelijkertijd behoort Nederland economisch gezien tot de productiefste landen van Europa. Per gewerkt uur wordt in Nederland ongeveer de helft meer bruto toegevoegde waarde gecreëerd dan gemiddeld binnen de EU.

Dat maakt Nederland een opvallend voorbeeld: minder uren betekent niet automatisch minder economische waarde.

De cijfers op een rij

Gemiddeld feitelijk gewerkte uren per week: Nederland 31,9 uur — Europese Unie 35,9 uur.

Gemiddeld aantal gewerkte uren per werkende per jaar: Nederland 1.436 uur — Europese Unie 1.604 uur.

Aandeel van alle gewerkte uren in de EU: Nederland 4%.

Aandeel van het totale Europese bbp: Nederland 6%.

Arbeidsproductiviteit per gewerkt uur: Nederland circa 50% boven EU-gemiddelde — EU-gemiddelde als basis.

Nederlanders werkten in 2025 gemiddeld 168 uur minder per jaar dan het Europese gemiddelde. Toch vertegenwoordigt Nederland ongeveer 6 procent van de totale economische productie binnen de EU, terwijl slechts 4 procent van alle gewerkte uren hier wordt gemaakt.

Dat verschil is precies waarom het interessant is om niet alleen te kijken naar hoeveel uren er worden gewerkt, maar vooral naar wat er in die uren wordt geproduceerd.

Wat betekent “arbeidsproductiviteit” eigenlijk?

Arbeidsproductiviteit klinkt alsof het gaat over hoe hard iemand persoonlijk werkt. Dat is niet helemaal juist.

In economische cijfers wordt arbeidsproductiviteit meestal gemeten als de bruto toegevoegde waarde of het bbp dat per gewerkt uur wordt geproduceerd. Het is dus een cijfer voor de economie als geheel, niet voor de individuele werknemer.

Een hoge productiviteit per uur kan onder meer samenhangen met: goede software, machines en automatisering; een hoog opleidingsniveau; efficiënte processen; sterke infrastructuur; sectoren met relatief veel kennis, technologie of specialistische dienstverlening; en de mate waarin medewerkers tijd besteden aan werk dat daadwerkelijk waarde toevoegt.

Een accountant, developer, consultant, technisch specialist of financieel professional kan bijvoorbeeld met goede systemen en duidelijke processen in één uur veel meer waarde creëren dan wanneer diezelfde persoon veel tijd kwijt is aan handmatige administratie, wachten op informatie of interne afstemming.

De uitkomst zegt daarom niet dat de gemiddelde Nederlander per definitie “50 procent harder werkt” dan iemand in een ander Europees land. Wel laat het zien dat de Nederlandse economie per gewerkt uur relatief veel waarde voortbrengt.

Nederland is koploper in korter werken

De Nederlandse werkweek is niet alleen kort in vergelijking met landen waar veel deeltijd wordt gewerkt. Nederland staat in 2025 daadwerkelijk onderaan in de EU als wordt gekeken naar het gemiddelde aantal feitelijk gewerkte uren per week.

Na Nederland volgen Duitsland en Denemarken met allebei gemiddeld 33,9 uur per week. Aan de andere kant van de lijst staan Griekenland met 39,6 uur, gevolgd door Polen en Bulgarije met 38,7 uur.

Het verschil zit voor een groot deel in de Nederlandse deeltijdcultuur.

In het eerste kwartaal van 2026 werkten in Nederland ongeveer 5,0 miljoen mensen voltijd en 4,8 miljoen mensen deeltijd. Bijna de helft van alle werkenden had dus geen voltijds dienstverband.

Dat gemiddelde van 31,9 uur zegt daarom niet dat vrijwel iedereen een korte werkweek heeft. Veel mensen werken nog steeds gewoon vier of vijf dagen, maar het grote aandeel parttimers trekt het gemiddelde naar beneden.

Fulltime werken is in Nederland nog steeds dichtbij 40 uur

Ook onder voltijdwerkers bestaan verschillen tussen landen, maar die zijn minder extreem.

In 2025 werkten mannen met een voltijdbaan in Nederland gemiddeld 38,4 uur per week. Vrouwen met een voltijdbaan werkten gemiddeld 35,0 uur per week. Dat verschil is mede een gevolg van de manier waarop voltijd en grote deeltijdbanen in Nederland zijn georganiseerd.

Kijk je naar alle werknemersbanen samen, dus inclusief deeltijdwerk, dan kwam het gemiddeld aantal feitelijk gewerkte uren in Nederland in 2025 uit op 1.271 uur per baan per jaar. Dat is omgerekend ongeveer 24 uur per week. Voor voltijdbanen lag dat gemiddeld op 1.720 uur per jaar.

Die cijfers laten zien waarom “de gemiddelde Nederlander werkt 32 uur” te simpel is. Nederland bestaat uit een mix van voltijders, grote deeltijders, kleine deeltijdbanen, studentenbanen, zelfstandigen en mensen met meerdere banen.

Waarom kan Nederland met minder uren toch zoveel waarde creëren?

Een belangrijke verklaring is de structuur van de Nederlandse economie.

Nederland heeft relatief veel zakelijke dienstverlening. Daaronder vallen bijvoorbeeld advies, IT, accountancy, juridische dienstverlening, specialistische recruitment, engineering en andere kennisintensieve diensten. In Nederland is 19,6 procent van de gewerkte uren verbonden aan zakelijke dienstverlening, tegenover 12,8 procent gemiddeld in de EU.

Tegelijkertijd is het aandeel van industrie en energie in Nederland relatief kleiner: 9,3 procent van de gewerkte uren, tegenover 15,8 procent gemiddeld in de EU.

Dat betekent niet dat industrie minder waardevol is. Wel betekent het dat verschillende sectoren op een andere manier waarde creëren. Een kennisintensieve dienst kan relatief veel economische waarde opleveren zonder dat daar per se veel fysieke arbeidsuren voor nodig zijn.

Daarnaast spelen automatisering, digitalisering, logistiek, internationale handel en een goed opgeleide beroepsbevolking een belangrijke rol. Nederland heeft een relatief compacte, internationaal verbonden economie waarin veel werk draait om handel, financiële dienstverlening, zakelijke diensten, technologie en specialistische expertise.

Minder uren werken veroorzaakt niet automatisch hogere productiviteit

Dit is wel de belangrijkste nuance.

Het is te makkelijk om te concluderen dat kortere werkweken automatisch leiden tot een hogere productiviteit. De cijfers laten een verband zien, maar geen directe oorzaak.

Een land wordt niet vanzelf productiever doordat mensen minder uren werken. Productiviteit stijgt vooral wanneer mensen met dezelfde tijd meer waarde kunnen creëren. Bijvoorbeeld door betere processen, technologie, opleiding, automatisering of een slimmere taakverdeling.

Andersom kan een lange werkweek ook samengaan met een lagere productiviteit per uur, bijvoorbeeld wanneer medewerkers veel tijd kwijt zijn aan onnodige administratie, verouderde systemen, wachten op beslissingen of dubbel werk.

De interessantste vraag is daarom niet: Hoeveel uur werken mensen?

Maar: Hoeveel waarde ontstaat er in een gewerkt uur?

Nederland heeft een hoog productiviteitsniveau, maar de groei bleef lang achter

Nederland scoort dus hoog op productiviteit per gewerkt uur. Toch is er ook een aandachtspunt.

De groei van de Nederlandse arbeidsproductiviteit liep de afgelopen jaren terug. In 2025 steeg de productiviteit wel met 2,4 procent, de grootste stijging in twintig jaar. Dat volgde echter op dalingen in 2023 en 2024. Over de afgelopen tien jaar groeide de arbeidsproductiviteit gemiddeld slechts 0,3 procent per jaar.

Ter vergelijking: tussen 2006 en 2015 lag die gemiddelde groei nog op 0,7 procent per jaar. In het decennium daarvoor zelfs op 1,7 procent per jaar.

Nederland heeft dus een relatief hoog productiviteitsniveau, maar kan niet achteroverleunen. Juist omdat arbeid schaars blijft en de kosten per gewerkt uur oplopen, wordt het steeds belangrijker om werk slimmer te organiseren.

Wat kunnen organisaties hiermee?

Voor organisaties zit de les niet in medewerkers simpelweg meer of minder uren laten werken.

De winst zit meestal in drie andere vragen:

1. Waar verdwijnt tijd zonder dat het waarde toevoegt? Denk aan dubbele administratie, onduidelijke verantwoordelijkheden, te veel overleg, lange goedkeuringsprocessen of systemen die niet goed samenwerken.

2. Welke werkzaamheden kunnen slimmer worden ingericht? Automatisering, AI, goede tooling en duidelijke processen kunnen ervoor zorgen dat mensen minder tijd kwijt zijn aan repeterend werk en meer tijd kunnen besteden aan klanten, kwaliteit, innovatie of commerciële groei.

3. Sturen we op aanwezigheid of op resultaat? Niet iedere functie is hetzelfde. Sommige rollen vragen om zichtbaarheid en samenwerking op locatie, andere kunnen juist uitstekend resultaatgericht worden ingericht. Het belangrijkste is dat verwachtingen helder zijn: wat moet iemand opleveren, binnen welke tijd en met welke middelen?

Een kortere werkweek is geen doel op zichzelf. Maar uren maken zonder duidelijke output is dat ook niet.

De echte Nederlandse paradox

Nederland laat zien dat economische kracht niet alleen afhangt van hoeveel mensen werken, maar ook van hoe werk is ingericht.

Werkenden in Nederland maken gemiddeld minder uren dan in andere EU-landen. Tegelijkertijd wordt per uur aanzienlijk meer waarde gecreëerd dan gemiddeld in Europa.

Dat is geen reden om te denken dat alles al optimaal is. De productiviteitsgroei van de afgelopen tien jaar laat juist zien dat er nog veel te winnen valt.

Maar het is wel een interessante herinnering: meer tijd op kantoor, meer meetings of langere werkdagen betekenen niet automatisch meer resultaat.

De belangrijkste arbeidsmarktvraag is misschien niet hoeveel uur er wordt gewerkt.

Maar hoeveel waarde er in dat uur ontstaat.

Bronnen: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025; CBS, De Nederlandse economie in 2025; Eurostat, Actual and usual hours of work.