Waarom de arbeidsmarkt weer krapper wordt, terwijl er tegelijk banen verdwijnen

Op het eerste gezicht spreken de cijfers over de Nederlandse arbeidsmarkt elkaar tegen. In het tweede kwartaal van 2026 daalde het aantal banen, daalde het aantal openstaande vacatures én daalde het aantal zelfstandigen. Je zou verwachten dat de arbeidsmarkt daarmee ruimer wordt en dat werkgevers weer makkelijker aan mensen komen. Het tegenovergestelde gebeurde. De spanning op de arbeidsmarkt liep juist weer op. Voor werkgevers is dat belangrijker nieuws dan het lijkt, want het verandert de manier waarop je vandaag naar personeel moet zoeken.
Wat spanning op de arbeidsmarkt eigenlijk betekent
Het Centraal Bureau voor de Statistiek meet de krapte op de arbeidsmarkt met een eenvoudige verhouding: het aantal openstaande vacatures ten opzichte van het aantal werklozen. Hoe hoger dat getal, hoe moeilijker het is om een vacature vervuld te krijgen, simpelweg omdat er per openstaande functie minder mensen beschikbaar zijn.
In het tweede kwartaal van 2026 stonden er 95 vacatures tegenover elke 100 werklozen. Een kwartaal eerder waren dat er nog 91. De krapte nam dus toe, maar niet omdat er ineens veel meer vacatures bijkwamen. Aan het einde van het kwartaal stonden er ongeveer 375 duizend vacatures open, een paar duizend minder dan in de periode daarvoor. De verklaring zit aan de andere kant van de weegschaal. Het aantal werklozen daalde veel sneller dan het aantal vacatures, van ruim 413 duizend naar zo'n 396 duizend. Als het aantal beschikbare mensen sterker krimpt dan het aantal vacatures, wordt de markt vanzelf krapper, ook al neemt de vraag naar personeel niet toe.
Het is goed om dit in perspectief te plaatsen. Op het hoogtepunt, in het tweede kwartaal van 2022, waren er 142 vacatures per 100 werklozen. Daar zitten we nu een flink eind onder. De echte boodschap is dus niet dat de krapte terug is op recordniveau, maar dat de richting is omgeslagen. Na een langere periode waarin de spanning afnam, beweegt de teller weer omhoog. En dat gebeurt uitgerekend op het moment dat de economie afkoelt en er banen verdwijnen.
Het landelijk gemiddelde verbergt het echte verhaal
Een cijfer als 95 vacatures per 100 werklozen klinkt bijna comfortabel. Bijna in evenwicht, zou je zeggen. Maar dat gemiddelde is misleidend, want het smeert alle regio's en alle sectoren uit tot één getal. In de praktijk werft geen enkele werkgever op het landelijk gemiddelde. Je werft in een specifieke regio, voor een specifieke functie, in een specifiek vakgebied. En daar zien de verhoudingen er totaal anders uit.
Neem de regionale verschillen. Waar het landelijk gemiddelde rond de honderd schommelt, liep de spanning in Overijssel op tot 128 vacatures per 100 werklozen. Dat is een compleet andere realiteit dan het gemiddelde suggereert. Een werkgever in zo'n regio ervaart een markt die veel strakker staat dan de landelijke cijfers doen vermoeden, terwijl een werkgever elders juist meer lucht heeft.
Naast de regio speelt het vakgebied een minstens zo grote rol. De vacatures zijn namelijk niet gelijkmatig over de economie verdeeld. Zorg, handel en zakelijke dienstverlening zijn samen goed voor ruim de helft van alle openstaande vacatures in Nederland. Voor wie in die hoek werft, is de concurrentie om talent structureel zwaarder dan het gemiddelde laat zien. Het gevolg is dat twee werkgevers naar exact hetzelfde CBS-bericht kunnen kijken en er iets totaal anders in lezen. De een herkent de krapte niet, de ander loopt er dagelijks tegenaan. Beiden hebben gelijk, want de arbeidsmarkt is geen gemiddelde. Het is een lappendeken van tientallen deelmarkten die elk hun eigen krapte kennen.
Waarom de druk juist toeneemt in de krapste hoeken
Er speelt nog een ontwikkeling mee die de druk verder opvoert, en die vaak los van de krappecijfers wordt besproken: de afname van het aantal zelfstandigen. Het aantal zzp'ers daalt inmiddels zes kwartalen op rij. Sinds eind 2024 zijn er ruim 130 duizend zelfstandigen minder actief op de arbeidsmarkt, mede door de strengere handhaving op schijnzelfstandigheid. Die daling is bovendien het sterkst in sectoren als zorg, onderwijs en handel, precies de hoeken waar de vraag naar personeel toch al hoog is.
Voor werkgevers heeft dat een concrete consequentie. Werk dat voorheen flexibel werd ingevuld met een zzp'er, moet nu vaker in een vast dienstverband worden ondergebracht. De vraag verschuift dus van tijdelijke inhuur naar werving en selectie, en die verschuiving concentreert zich uitgerekend in de vakgebieden die al krap zijn. Zo ontstaat een dubbele beweging. De beschikbaarheid van mensen neemt af, en tegelijk verplaatst de vraag zich naar het permanente kanaal. Het is die combinatie die verklaart waarom werving in de praktijk taaier aanvoelt dan een nuchter gemiddelde van 95 op 100 zou doen vermoeden.
Wat dit betekent voor de manier waarop je werft
De belangrijkste les uit deze cijfers is niet dat de arbeidsmarkt in het algemeen krap is. De les is dat krapte lokaal en specialistisch is geworden. Een brede, generieke aanpak sluit daar steeds slechter op aan. Wie een specialistische functie in een krappe regio wil invullen, heeft weinig aan een bureau dat overal een beetje van weet, maar nergens de diepte en het netwerk heeft om net die ene kandidaat te vinden.
Tegelijk brengt dat een dilemma met zich mee. Om voldoende bereik te hebben, zou je meerdere gespecialiseerde bureaus willen inschakelen. Maar in de praktijk betekent dat vaak losse afspraken met verschillende partijen, kandidaten die via allerlei kanalen binnenkomen, en een proces dat je zelf moet bewaken en coördineren. Het bereik wint, maar de overzichtelijkheid verliest.
Precies op dat snijvlak is 4in24 gebouwd. In plaats van te kiezen tussen diepgang en bereik, koppelen we per vacature de vier best passende, gespecialiseerde bureaus. Zij kennen hun regio en hun vakgebied, en zetten elk hun eigen wervingsmethode in. Jij doet één intake en volgt alle kandidaten via één portaal, zodat je de reikwijdte van vier bureaus krijgt zonder het gedoe van vier losse relaties. En omdat we werken op basis van no cure no pay, kost het je niets tot er daadwerkelijk iemand wordt aangenomen.
In een markt die weer krapper wordt en waarin de krapte zich concentreert in specifieke regio's en vakgebieden, is dat het verschil tussen breed zoeken en gericht raak zoeken. Het gemiddelde mag dan rustig ogen, jouw vacature staat nooit op het gemiddelde. Die staat in een deelmarkt met een eigen dynamiek, en die verdient een aanpak die daarop is toegesneden.

